Fotolexicon, 7e jaargang, nr. 14 (september 1990) (nl)Mattie Boom; Jan Coppens: Eduard Asser

To refer to this article use this url: http://journal.depthoffield.eu/vol07/nr14/f01nl/en

Biografie

.


1809

Eduard Isaac Asser wordt op 19 oktober geboren in Amsterdam als zoon van Tobias Asser en de uit Berlijn afkomstige Caroline Itzig. Eduard is de oudste van vier kinderen. Zijn vader is advocaat en procureur. De joodse juristenfamilie woont al enkele eeuwen in Amsterdam.

1819-‘33

Eduard houdt net als zijn zusje Netje een dagboek bij, waarin zij hun bezigheden beschrijven. Niet alle aantekeningen zijn bewaard gebleven. Het dagboek dat Eduard tussen 1827 en 1833 bijhield, is in de familie gebleven.

ca. 1819-‘26

Eduard gaat aanvankelijk naar de Franse school. Daarna volgt hij lessen bij Mollet, een particuliere leraar. Vanaf zijn twaalfde jaar gaat hij naar de Latijnse School.

1821-‘22

Grootvader Moses Salomon Asser koopt een zeventiende-eeuws huis van architect Vingboons aan het Singel 548 in Amsterdam. De ouders van Eduard trekken bij de grootouders in. Tobias Asser vestigt op dit adres zijn procureurskantoor.

1823

Van jongs af aan krijgt Eduard teken- en schilderlessen. In 1823 zendt hij werk in naar een Haagse schilderijententoonstelling en krijgt er een eervolle vermelding. Zijn grootvader schenkt hem een schildersezel. Het jaar daarop stuurt hij een schilderij in naar een Amsterdamse expositie.

1826-‘32

Na zijn schooltijd gaat Eduard Asser rechten studeren aan het Athenaeum, de voorloper van de Amsterdamse universiteit. Hij krijgt in deze periode wiskundelessen, hetgeen zijn interesse voor de natuurkunde aanmoedigt. Aan het Athenaeum mogen geen examens worden afgenomen. Daarom legt Asser zijn examens af in Leiden. In 1831 doet hij doctoraalexamen in Leiden. In 1832 promoveert hij op een proefschrift over het zeerecht en rederijen: Dissertatio juridica inauguralis, de exercitione navium et exercitoria societate. Na zijn promotie laat Asser zich inschrijven bij de Amsterdamse balie en gaat hij werken bij de firma van zijn vader die is gespecialiseerd in zeerecht. Tot het eind van zijn leven bekleedt hij de functie van advocaat.

1828-‘32

Een door Asser geschilderd portret wordt aangenomen op een tentoonstelling in Amsterdam in 1828. Vanaf 1829 volgt hij, met anderen, teken- en schilderlessen bij Jan Adam Kruseman. Asser legt een verzameling reproducties, 'platen', aan en bezoekt tentoonstellingen.

Op 19 september 1832 publiceert het Algemeen Handelsblad een recensie van zijn hand over „de Tentoonstelling 1832 te Amsterdam”.

1830-‘31

Asser schrijft gedichten over beeldende kunst, onder andere over Quinten Matsys. Hij publiceert een vers op „Kessels, of het bombardement van Antwerpen”. Het Journal de la Haye publiceert enkele van zijn verzen, zoals op 30 juli 1831 „La vraie ou la fausse liberté” naar aanleiding van de Belgische Opstand.

1833-‘49

Eduard Asser huwt Euphrosine Oppenheim, één van elf kinderen uit een rijke Keulse bankiersfamilie. Bij deze gelegenheid laat Eduard een portret van zichzelf vervaardigen door miniatuurschilder Joseph Carel de Haen. Asser woont met zijn vrouw in bij zijn ouders in het huis aan het Singel. Ze krijgen vijf kinderen: Caroline (1834), Charlotte (1836), Anna Gratia (1840), Thérèse (1842) en Lodewijk (1849).

1845-’48

Vermoedelijk omstreeks deze tijd begint Asser met daguerreotyperen.

1855

Samen met zijn vriend de verfstoffenfabrikant E. Bour laat Asser zich inschrijven bij de Société francaise de Photographie. Zij zenden gezamenlijk twee lijsten met foto's in naar de internationale Tentoonstelling van Photographie en Heliographie in Arti et Amicitiae in Amsterdam.

1857

Asser begint met experimenteren in de fotolithografie door middel van het zogenaamde overdrukpapier.

1859

Het Procédé Asser wordt in het Bulletin de la Société francaise de Photographie gepubliceerd. Asser verkrijgt een Belgisch octrooi onder nr. BE 7042, dd. 21-01-1859: 'Procédé de tirage des positifs photographiques, soit a 1'encre autographique soit a 1'encre d'imprimerie'. Er worden ook patenten in Frankrijk en Engeland verworven. Licenties worden echter niet verkocht. Asser neemt deel aan de Tentoonstelling van Noord-Hollandsche Nijverheid en Kunst, afdeling 'Arts et Métiers' in Amsterdam met enkele fotolitho's, een lithosteen en een zinkplaat. In hetzelfde jaar stuurt hij in naar de derde tentoonstelling van de Société francaise de Photographie: fotolitho's van Amsterdamse stadsgezichten, een stilleven, reproducties èn drie lithostenen gereed voor druk.

1860

Gustave Simonau en William Toovey, lithografen in Brussel, verwerven licenties van het Procédé Asser voor België. Zij verbeteren de weergave van de middeltinten.

1862

Het Belgisch octrooi wordt aangevuld onder nr. BE 12 869, d.d. 08-07-1862: 'Additions au procédé de tirage des positifs photographiques, breveté en sa faveur Ie 21 janvier 1859'. Er wordt door Asser zonder succes onderhandeld met de Parijse lithograaf Lemercier over de overname van zijn procédé.

1864-‘66

Asser is redactielid en medewerker van het Tijdschrift voor Photographie.

1865

Naar de Internationale Tentoonstelling van Schone Kunsten, toegepast op Industrie, in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt stuurt Eduard Asser enkele proeven in van de zogenaamde ets-photogrammen, een variatie op de cliché-verretechniek, waarbij positieve afdrukken tot stand komen via de fotolithografie.

ca. 1865-‘74

De methode Asser wordt ca. 1865 door 's Rijks Topografisch Bureau in Den Haag voor de reproductie van landkaarten in gebruik genomen, wellicht op instigatie van L.P. van der Beek die bij het Ministerie van Oorlog werkzaam is. Omstreeks 1874 worden ook de bouwkundige tekeningen van de Gemeente Amsterdam en de Hollandse Spoorweg Maatschappij, waar Assers zoon Lodewijk als ingenieur werkt, volgens de methode gereproduceerd.

1866

Als president en jurylid van de afdeling fotografie van de Algemeene Tentoonstelling van Nederlandse Nijverheiden Kunst, in het Paleis voor Volksvlijt beoordeelt Asser de nationale en internationale inzendingen.

1870

Asser wordt benoemd tot ridder in de Belgische Leopoldsorde.

1875

De Association Belge de Photographie benoemt Eduard Asser tot erelid.

1878

Asser zendt in naar de Wereldtentoonstelling in Parijs en wint er een bronzen medaille met fotolithografische proeven.

1888

Vanaf 1888 tot zijn dood is Asser lid van de Amsterdamse amateurfotografenvereniging Helios.

1891

Asser neemt deel aan het Congres International de Photographie in Brussel.

1892

De 'N.V. Maatschappij voor Photo - litho - en Zincografie Procédé Mr. E.I. Asser te Amsterdam' wordt door Asser opgericht. Christiaan Schuver fungeert als directeur. Op de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en Aanverwante Vakken, in het Paleis voor Volksvlijt stelt de maatschappij onder andere fotolithografische reproducties ten toon. Enkele jaren na oprichting werd de firma geliquideerd.

1894

Op 21 september overlijdt Eduard Asser op vijfentachtigjarige leeftijd.